Hoe desintermediatie ons nieuwsaanbod verandert

Deze post werd geschreven in het kader van de masteropleiding journalistiek aan KU Leuven campus Brussel. 

Enkele weken geleden kregen we tijdens het college ‘Nieuwe media en mediaconvergentie’ bezoek van journalist Wim De Preter. De Preter, die (al) als journalist/nieuwsmanager voor onder andere De Tijd, Kanaal Z en De Standaard werkt(e), gaf ons in twee uur wat meer inzicht in de digitalisering van de nieuwsmedia en de journalistiek.

Zo kwamen onder andere nieuwe businessmodellen en nieuwe technologie aan bod, waar de voor-en nadelen van betaalmuren, het gebruik van virtual reality in nieuwscontexten en andere nieuwigheden uitgebreid werden besproken. Natuurlijk startte De Preter niet meteen met al dat nieuws, een schets van evolutie die deze sector eerst doormaakte ging hier aan vooraf.

e8f59f7339b34546452a353b8e432488
foto via pinterest

Wanneer De Preter het tijdens deze schets over de waves of disruption heeft, haalt hij aan dat dit proces uit drie fases bestaat. Dit zijn in volgorde: ontbundeling, desintermediatie en ontkoppeling. Ik zou graag dieper ingaan op de tweede fase, namelijk de desintermediatiefase.

Verdwijnen van tussenpersonen                                                                        

Desintermediatie komt letterlijk neer op ‘het verdwijnen van tussenpersonen’, en komt voor in vele sectoren die met het internet te maken krijgen. Ter verduidelijking haalt De Preter het voorbeeld van het reisbureau aan; vroeger boekten mensen hun vakantie namelijk via een reisbureau, waar ze fysiek naartoe gingen. Tegenwoordig boekt de overgrote meerderheid van de reizigers zijn reis (die je overigens helemaal zelf kan samenstellen) zelf. Liefst nog van achter een draagbaar toestel. De tussenstap (of tussenpersoon, hier het reisbureau) is dus ronduit overbodig geworden.

Een voorbeeld van desintermediatie dat met de media, en meer specifiek de journalistieke sector te maken heeft, is het veranderende media-aanbod. Vroeger waren er in Vlaanderen enkele grote kranten en zenders, waar je als kijker en/of lezer uit kon kiezen. Tegenwoordig zijn deze grote (nieuws)media hun monopolie kwijt, want in de tijd van sociale media kan iedereen op alles reageren, of zelfs zelf nieuws maken. Dat tweede gaat een stap verder, maar het is wel mogelijk. Iedereen die zelf media wil maken, kan dat vandaag de dag doen door bijvoorbeeld een blog aan te maken, een youtubekanaal op te starten enzovoort. Termen zoals bloggen, vloggen en aanverwanten, zijn dan ook alledaags geworden in 2018. Dàt is waar het aspect van desintermediatie komt kijken. Iedereen die (media) wil  (maken), kan zonder hulp van een tussenpersoon, rechtstreeks in contact komen met zijn lezer, volger, etc.

large-7
afbeelding via weheartit

Gevolgen: meer denkwerk en fake news?                                                                               

Dat iedereen ‘zomaar opeens’ (nieuws)boodschappen de wereld in kan sturen, heeft natuurlijk ook gevolgen. Een eerste gevolg dat De Preter aanhaalt, is dat sociale media een bron op zichzelf worden. Op zich niets mis mee, zij het niet dat dit er ook voor zorgt dat feiten en opinie (makkelijker) door elkaar lopen. Dit is natuurlijk niet ideaal, nieuws zou per definitie altijd (zo) waardevrij (mogelijk) moeten zijn.

Niet ideaal. Lees: hoogstens wat meer interpretatiewerk, voor zij die zich engageren om mee te zijn met het nieuws van de dag. Voor zij die minder gemotiveerd zijn (logisch, want een dag telt slechts 24 uren, waar je in de substantiële hoeveelheid tijd die je kwijt bent aan het checken van nieuws, je misschien liever iets anders doet, zoals je favoriete serie bingewatchen, bijvoorbeeld), is dit nog heel wat minder ideaal. Het zorgt er namelijk door dat fake news moeilijker te onderscheiden valt van echt nieuws.

Kwaliteit vs. onzin                                                                                                                      

Anno 2018 wordt er nogal lustig gegooid met de term fake news, die naar eigen zeggen door Trump gelanceerd werd in december 2016. In 2007 toonden Keen, Keegan en Wilson reeds aan dat het Web 2.0 (dat de opkomst van platformen gebaseerd op user-generated content inleidde) door de totale afwezigheid van controle, het ideale platform is voor iedereen om zichzelf als expert te verklaren, en diegenen te beïnvloeden die geen onderscheid kunnen maken tussen kwaliteit en onzin (Keen, Keegan & Wilson, zoals geciteerd in Constantinides en Fountain, 2008).

Het gevaar van zelfverklaarde expertise                                                                            

Keen en collega’s haalden het al aan, iedereen kan zichzelf online als expert voordoen. Het domein van expertise is tegenwoordig een actief onderzoeksgebied (Shavith & Shah, 2016). Vaak wordt expertise verwisseld met ‘belangstelling voor iets hebben’, wat natuurlijk niet op hetzelfde neerkomt. Online is het ook nog eens zo, dat er vaak geen expliciete prestatiemaatstaven zijn (tenzij je als beroeps-/freelancejournalist voor een online medium werkt), waardoor het voor het publiek moeilijker wordt om iemands expertise over een bepaald onderwerp correct in te schatten (Shavith & Shah, 2016).

large-76
afbeelding via weheartit

Expertise wordt opgedeeld in drie delen, namelijk geprojecteerde expertise, waargenomen expertise en werkelijke expertise (Shavith & Shah, 2016). Waargenomen expertise heeft te maken met hoe het publiek, dat toegang heeft tot de posts van ‘de expert’, deze informatie beoordelen. Voorbeelden van experts zijn bijvoorbeeld celebrities, athleten of presentatoren. Deze personen bezitten niet noodzakelijk werkelijke expertise, maar worden door het publiek als experts aangezien (Shavith & Shah, 2016). Geprojecteerde expertise daarentegen hangt af van de beweringen die de persoon maakt over zijn of haar eigen expertise, dit wordt ook zelfverklaarde expertise genoemd (Shavith & Shah, 2016). Als laatste hebben we de werkelijke expertise, die volgens de onderzoekers meetbaar is, en daardoor als enige van de drie niet subjectief is. In deze blogpost focussen we vooral op de tweede vorm van expertise, namelijk geprojecteerde of zelfverklaarde expertise, omdat dit soort expertise het werkelijke nieuws het meest bedreigt.

Voordelen van zelfverklaarde expertise                                                                             

Zoals met alles, zijn er natuurlijk twee kanten aan een verhaal. Zo ook met zelfverklaarde expertise en Web 2.0. Het ‘project for excellence in journalism’ concludeerde in 2007 dat user-generated content juist heel nuttig is voor nieuwssites. Als voorbeeld halen zij aan dat verschillende nieuwswebsites hun lezers betalen, om video’s of korte tekstberichten aan te leveren. Hiermee veranderen gewone lezers, dus ook naar ‘lezers met een bepaalde expertise’ (Project for excellence in journalism, zoals aangehaald in Chadwick en Howard, 2010). Collega’s Dahlgren en Gurevitch waren hen eigenlijk voor, want zij stelden reeds in 2005 vast, dat een aanzienlijk deel van online nieuws, niet van professionele journalisten, maar wel van ‘amateurs’ afkomstig was (geciteerd in Chadwick en Howard, 2010).

Conclusie?                                                                                                                                        

Aan desintermediatie in de journalistieke sector zijn zowel voor- als nadelen verbonden. Voordelen voor een persoon die zelf media wil maken, zijn vooral dat je zonder hulp (van een tussenpersoon) eenvoudig heel veel mensen kan bereiken, het heeft dus zeker opportuniteiten gecreëerd. Voordelen voor het publiek zijn dan weer dat je afwisselend nieuws krijgt, mogelijks ook uit een andere invalshoek dan je bij traditionele media gewend bent, bijvoorbeeld omdat een ‘amateur’, ‘zelfverklaarde expert’ of ‘burgerjournalist’, een stuk dichter bij de mensen staat dan pakweg een beroepsjournalist.

Nadelen zijn dan weer vooral rechtstreeks gerelateerd aan fake news. Op de vraag of ‘de desintermediatie van de journalistieke sector een rechtstreekse oorzaak is van de opkomst van fake news’, vrees ik dat het antwoord ja is. Het is overduidelijk dat de opkomst van het Web 2.0 (en daarmee ook de desintermediatie en user-generated-contentplatformen) de journalistiek veranderd hebben. Vooral het gebrek aan controle (iedereen post immer wat hij/zij zelf wil), is een grote bedreiging voor kwaliteitsvol nieuws.

Wat ons nu te doen staat is vooral kritisch omgaan met (nieuws)berichten die we zien. Een beetje logisch denkwerk en hetzelfde bericht op verschillende media checken volstaan al, en hoeven zeker geen uren van je dag te kosten.

Hartelijk bedankt voor het lezen, en nu bingewatchen maar! 😉

 

Referenties: 

Borchers, C. (2017). Trump falsely claims (again) that he coined the term ‘fake news’. The         Washington Post. Geconsulteerd via https://www.washingtonpost.com/news/thefix/wp/2017/10/26/trump-falsely-claims-again-that-he-coined-the-term-fakenews/?noredirect=on&utm_term=.dee1a3661165

Chadwick, A., & Howard, P. (2010). Routledge handbook of internet politics (pp. 201-212).      London: Routledge.

Constantinides, E., & Fountain, S. (2008). Web 2.0: Conceptual foundations and marketing        issues. Journal Of Direct, Data And Digital Marketing Practice9(3), 231-244. doi:       10.1057/palgrave.dddmp.4350098

Shavit, A., & Shah, S. (2016). Perceived, Projected, and True Investment Expertise: Not All      Experts Provide Expert Recommendations. 2016 IEEE International Conference On Data Science And Advanced Analytics (DSAA). doi: 10.1109/dsaa.2016.45

Dankjewel voor je reactie! ♥

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s